“Wie zegt dat geluk niet te koop is, vergeet de puppies (Gene Hill)”
Dementie bij honden.
Uw geliefde viervoeter wordt een dagje ouder en gedraagt zich soms toch wel heel vreemd. Hij doet u verdacht veel denken aan uw oma met Alzheimer. Kunnen honden dement worden en hoe merkt u dat?
En kunt u als baasje voorkomen dat hij u straks niet meer herkent of het huis voorbij wandelt waar hij al tien jaar woont? Een artikel met tips over wat u er als eigenaar aan kunt doen en wat de dierenarts voor de dementerende hond kan betekenen.

Net als mensen worden honden steeds ouder. Ziekten worden sneller opgespoord en zijn veelal adequater te behandelen, de voeding is beter dan vroeger afgestemd op de behoefte van de hond en ook hebben mensen financieel meer over voor hun dieren. Maar ook bij de hond komt de ouderdom met gebreken. Veel honden lopen op hun oude dag toch wat stijf en komen minder gemakkelijk overeind. Ook de ogen gaan vaak achteruit; soms functioneren organen als de nieren en het hart minder goed. Allerlei kwalen die door de dierenarts vast te stellen zijn en soms verzacht kunnen worden. Minder bekend is dat ook de hersenen ouderdomsgebreken kunnen vertonen, met dementieachtige verschijnselen tot gevolg.
De symptomen van de dementerende hond.
Naar hersenveroudering bij de mens wordt heel veel onderzoek gedaan. In de vergrijzende Westerse bevolking komen ziekten als Alzheimer en andere vormen van dementie steeds vaker voor. Helaas kunnen deze ziekten pas na de dood met zekerheid vastgesteld worden: bij microscopisch onderzoek van de hersenen zijn allerlei veranderingen te zien. Zo hebben Alzheimer patiënten een overmaat aan zogenaamde seniele plaques in hun hersenen, ophopingen van het eiwit ß- amyloÏd.
Ook oudere honden kunnen deze plaques hebben en vergelijkbare symptomen krijgen als de dementerende mens. Uit onderzoek is gebleken dat 50 – 70 % van de honden van 8 jaar en ouder één van de volgende gedragsveranderingen laat zien: een afgenomen oriëntatievermogen, een ander slaappatroon, onzindelijkheid, veranderde sociale interacties en activiteiten of verlatingsangst.
Wat houden deze veranderingen precies in?
Afgenomen oriëntatie: de hond weet niet goed meer waar hij is, loopt vaak te dwalen in zijn eigen huis en begrijpt soms ineens niet meer aan welke kant de deur opengaat. Het kan zo zijn dat de hond het huis waar hij al jaren woont, straal voorbij loopt. Ook ziet hij ze soms letterlijk en figuurlijk vliegen: hij hapt naar insecten die er helemaal niet zijn.
Sommige honden beginnen te blaffen tegen de maan of willen schaduwen vangen. Tenslotte zijn er nog de ernstige gevallen waarbij de dementerende hond zich vastloopt in een hoek van de kamer en er niet meer uit kan komen: hij blijft zijn kop in de hoek duwen. Ook andere dwangmatige handelingen kunnen door hersenveroudering veroorzaakt worden.
Verandering van het slaappatroon: er wordt vaak een omkering van het dag- en nachtritme gezien: ’s nachts loopt de hond te spoken (ijsbeert, kermt, jankt en/of blaft), terwijl hij overdag veel meer slaapt.
Onzindelijkheid: dit heeft vele medische oorzaken, waaronder dementie. In dat laatste geval is de hond als het ware zijn zindelijkheidstraining vergeten. De hond kan dan ineens in huis gaan plassen of poepen.
Veranderde sociale interacties en activiteiten: de dementerende hond gedraagt zich anders, zowel naar mensen als naar soortgenoten. Een deel van de hond zal zich meer terugtrekken en de eigenaar en andere honden bijvoorbeeld nauwelijks meer begroeten. Sommige honden herkennen het baasje ook niet meer. Andere honden worden juist veel aanhankelijker, vragen veel meer aandacht dan voorheen. Vaak hebben de honden veel minder interesse in spel en kunnen ze wat eerder van zich afbijten als iets hen niet zint. Andere honden daarentegen zijn hyperactief: ze lijken geheel ontremd. Zo kunnen zij zichzelf gaan verwonden: ze bijten of likken zichzelf soms tot bloedens toe. Ernstig dementerende honden lijken ongehoorzaam: ze zijn eerder geleerde commando’s vergeten. Tenslotte hebben veel honden minder zin in eten.
Verlatingsangst: honden die voorheen prima enige tijd alleen thuis konden blijven, kunnen dit nu niet meer. Ze janken of blaffen (de buren klagen ineens), maken spullen kapot of zijn onzindelijk tijdens de afwezigheid van de eigenaar. Bij de dementerende hond hebben de hersenen zodanige veranderingen ondergaan dat er sneller angst en paniek kan ontstaan. Verlatingsangst is één van de uitingsvormen.

Voor al de beschreven gedragsafwijkingen geldt dat ze uiteraard niet van de ene op de andere dag heel ernstig aanwezig zijn: de gedragingen worden geleidelijk aan steeds erger. Ook zien we met het verstrijken van de jaren méér gedragsveranderingen optreden.
Het is overigens wel van belang om te weten of de gedragingen niet onbedoeld door de omgeving zijn aangeleerd. Zo vinden mensen het eerder beschreven vliegen happen en schaduw jagen vaak heel grappig: de positieve aandacht die de hond hiermee krijgt, maakt dat hij het steeds vaker gaat doen. Het kan hierdoor uiteindelijk zelfs dwangmatig gaan optreden. Een erkende gedragstherapeut voor honden (zoek bij link onder Alpha) kan dementie van andere gedragsafwijkingen onderscheiden en de eigenaar met zijn hond hiermee verder begeleiden.
Uitsluiten andere oorzaken.
Veel mensen gaan met deze klachten niet naar hun dierenarts. Ze denken dat het er nu eenmaal bij hoort, bij het hebben van een oude hond. Toch is dat jammer. De dierenarts is immers de aangewezen persoon om eventuele lichamelijke oorzaken voor het afwijkende gedrag op te sporen.
Denk bijvoorbeeld aan de onzindelijke hond, veel honden verliezen op oudere leeftijd de controle over de kringspieren van hun blaas met urineverlies tot gevolg. Met medicijnen is dit meestal goed te verhelpen.
Ook minder goed functionerende ogen en oren zouden een deel van het gedrag kunnen verklaren. Een hond die blind en/of doof wordt, is vaak onzeker en kan gedesoriënteerd en soms agressief zijn. Sikkeneurig en agressief gedrag kunnen ook veroorzaakt worden door pijn: dit komt veel meer voor dan wordt gedacht. Een goed klinisch onderzoek en pijnstillende medicijnen kunnen vaak uitkomst bieden. Een hartafwijking kan de hond ook minder enthousiast maken dan hij vroeger was. Tenslotte kan een bloedonderzoek nodig zijn om bijvoorbeeld een afwijking van de schildklier, lever en nieren als oorzaak voor de klachten uit te sluiten. Als er geen andere lichamelijke reden wordt gevonden voor de gedragafwijkingen, dan zijn hersenveranderingen ten gevolge van ouderdom het meest waarschijnlijk.
De hond lijdt dan aan Cognitieve Dysfunctie. Dit betekent dat het vermogen om te onthouden en te leren is afgenomen. Ook nu kan de dierenarts helpen. Met behulp van medicijnen en speciaal voer kan de hersenveroudering bij de dementerende hond worden afgeremd.
Medicijnen en dieetvoer voor de hond met dementie.
De dierenarts heeft meerdere middelen tot zijn beschikking om de mentale achteruitgang van de oude hond af te remmen. Helemaal genezen zullen de honden niet. Dit is ook niet logisch als je de soms ernstige anatomische veranderingen in het hersenweefsel ziet. Maar de honden leven vaak enorm op: ze lijken plots weer veel jonger.
Welk medicijn de dierenarts zal voorschrijven, is afhankelijk van de klacht die de overhand heet. Als de hond vooral problemen heeft met alleen zijn, dan is Clomicalm® een goed middel. De verlatingsangst wordt hierdoor vaak aanzienlijk minder.
Wanneer de hond de andere gedragsveranderingen vertoont zoals die hierboven beschreven zijn, dan wordt meestal Selgian® voorgeschreven. Een medicijn met dezelfde werkzame stof (selegeline) wordt ook aan mensen met Alzheimer en Parkinson gegeven. Tenslotte is er Fitergol®, een middel dat onder andere de hersendoorbloeding verbetert en hiermee de veroudering tegen gaat.

Ook is het mogelijk met voeding de dementie af te remmen. Deze diëten voor de oudere hond bevatten o.a. ingrediënten die de hersenveroudering bestrijden, zoals een hoog gehalte aan zogenaamde antioxidanten. De hersenen van dementerende honden maken extra veel vrije radicalen (geladen zuurstofmoleculen) aan, stoffen die het hersenweefsel beschadigen. De eerder genoemde seniele plaques en Alzheimer zijn hierop termijn het gevolg van. Antioxidanten en andere bestanddelen in seniorenvoeding remmen de vorming van deze radicalen af en maken hen onschadelijk.

Vraag uw dierenarts om advies. Gezien de manier waarop de medicijnen en het voer werken, is het logisch dat de dementerende hond hier baat bij zal hebben. De beste resultaten zijn echter te verwachten wanneer deze middelen gecombineerd worden met mentale stimulatie van de hond en andere zaken waar de eigenaar vat op heeft.
De hond naar de bingo.
De dementerende hond heeft enorme behoeft aan structuur: grote veranderingen brengen hem behoorlijk van slag. Dus verander de leefomgeving van de hond niet te vaak en rigoureus, en hou een vast uitlaat- en voederschema aan.
Maar tegelijkertijd moet de hond ook gestimuleerd worden, zowel lichamelijk (vaker uitlaten) als geestelijk. Engels onderzoek heeft aangetoond dat bejaarden die regelmatig bingo spelen, sneller denken en alerter zijn dan hun leeftijdgenoten die dat niet doen: het is geestelijke gymnastiek. Ook voor de ouder wordende hond is het heel belangrijk om de geest scherp te houden. Een goede manier om dit te doen is met zoekspelletjes: verstop zijn favoriete speeltje (of koekje) en laat de hond het vinden. Maar ook andere activiteiten die de concentratie trainen zijn goed.
Oefen tevens regelmatig de eerder aangeleerde commando’s. lijkt de hond ongehoorzaam te worden, dan kan dit wijzen op beginnende vergeetachtigheid (of doofheid); een goed moment om bij de dierenarts langs te gaan. Voor honden die hun slaapritme hebben omgegooid, kan het helpen om vooral ’s avonds veel met de hond te ondernemen. Hopelijk vermoeit dit hem zodanig dat hij ’s nachts slaapt.

Tenslotte is het belangrijk de ouder wordende hond met veel liefde te omringen. Een hond met verouderende hersenen kan wat onzeker worden, is wat sneller angstig. Wees er op zulke momenten voor hem. Geef hem zelfvertrouwen waar mogelijk, bijvoorbeeld door hem uitvoerig te belonen voor de dingen die hij goed doet.
En een extra knuffel op zijn tijd kan nooit kwaad. Hij is tenslotte al jaren uw trouwe kameraad, ook nu de hond een dagje ouder wordt. Uiteraard krijgen alle honden vroeg of laat wel enkele gedragsveranderingen ten gevolge van de ouderdom. Maar tussen een beetje in de war en echt dement zit een groot verschil.
Hoe eerder u met uw hond dementie te lijf gaat, hoe beter het resultaat!