|
|
Geregeld word ik benadert door mensen die van 'iemand' gehoord hebben dat je een hond de baas moet zijn. Soms krijgen mensen het advies om - heel risicovolle - handelingen met hun hond te doen om de baas te worden van de hond. Dit loopt vaker verkeerd af dan dat het iets in het gedrag van de hond verbeterd.
Iedereen heeft wel eens adviezen gehoord die een verband te leggen tussen hondengedrag en wolvengedrag. Het zouden zelfs wolven in het wild zijn waar onze huishonden op moeten lijken. Regels als “de alpha wolf eet als eerste, dus moet je dat ook eerst doen dan weet je hond dat je de baas bent.” “Ga als baas eerst door de deur en dan mag de mindere volgen.” “Als jou hond zich misdraagt moet je die op zijn plaats zetten door hem bij zijn nekvel te pakken en op zijn rug te leggen tot hij zich overgeeft.” Zo doet een alpha wolf ook naar zijn ondergeschikten zo weten ze dus wie de baas is. Is het in de praktijk zo en doen alle honden het op deze manier? Moet je de honden wel domineren om met ze samen te kunnen leven? Enkele tientallen jaren geleden waren de sociale dominantie theorieën en ideeën over wolvengedrag in het wild de primaire modellen die ons vertelden hoe honden getraind moesten worden. Bij de training werd de nadruk gelegd op het straffen van ongewenst gedrag, daarbij gebruik makend van slipkettingen, prikbanden en stroombanden. Men zag dat in het wild de wolven een hogere status kregen door het gebruik van kracht. Onze kennis van hondengedrag in relatie tot wolvengedrag is toegenomen, net als ons inzicht in dominantie en rangorde bij wilde dieren. Ook heeft de wetenschap ons beter doen inzien waarom dieren zich gedragen zoals zij doen en hoe hun gedrag verandert kan worden. Ondanks deze nieuwe kennis blijft de oude “verkeerde” informatie over wolvengedrag en de toepassing ervan de hond nog voortbestaan. Hoe de dominantie theorie in onze geactualiseerde kennis van gedrag en gedragsverandering past, en om ons te realiseren welk gedrag er wel en niet door kan worden verklaard, moeten we kennis hebben van de belangrijkste aspecten van de dominantie theorie.
Dominantie is een relatie tussen twee of meer individualisten. Mensen beschrijven gewoonlijk dominantie als een eigenschap van een dier, terwijl het een relatie tussen twee individualisten is. Die relatie wordt onderhouden door kracht, agressie en onderdanigheid om te beslissen wie als eerste toegang krijgt tot verschillende privileges zoals voedsel, rustplaatsen of partners. Als voorbeeld kijken we naar stieren die bij elkaar worden gebracht, ze beginnen direct te vechten om de rangorde vast te stellen. De hoogste in rang is degene die elke andere stier wegstuurt. De hoogste in rang heeft toegang tot de geslachtsrijpe koeien in de bronstijd, voedsel, rustplaatsen en grasgebieden. Gedurende de bronstijd zullen de anderen wijken op het moment er een tochtige koe is en de ranghoge stier in de buurt is of nadert. Zij zullen echter toch proberen bronstige koeien heimelijk te dekken als de hoger geplaatste stieren niet dichtbij genoeg zijn om zulke paringen te voorkomen. Het resultaat is dat in een weiland met verschillende stieren en veel koeien de nakomelingen afkomstig zijn van meer dan één stier, maar de hoogstgeplaatste stier zal wel de meeste dekkingen gedaan hebben. De ondergeschikte dieren proberen niet de dominante stier uit te dagen om hogerop te komen; het enige wat zij doen is het volgen van een alternatieve strategie om te paren en andere begerenswaardige zaken te verkrijgen. Dit is te vergelijken met een thuissituatie met onze honden. Honden die het wel uit hun hoofd laten iets te pikken als wij het kunnen zien, maar het wel doen als we niet in de buurt zijn. Deze honden zijn niet bezig met hun rangpositie. Nee, zij gebruiken een alternatieve strategie om te krijgen wat ze willen. Met andere woorden zij laten gedrag zien, wat vroeger het beste werkte.
Persoonlijkheid is per definitie een verzameling van gedragskenmerken die hetzelfde blijven in verschillende contexten. Rangorde daarentegen is afhankelijk van de groep waartoe een dier behoort. Als vier dominante individuen, die dominant zijn in hun eigen sociale groepen, samen worden gezet, dan zal er maar één de dominantste zijn in de nieuw gevormde groep.
Hoe wordt de dominante – submissieve (onderdanig) relatie gehandhaafd ? Het is belangrijk om ons te realiseren dat een dominant – onderdanige relatie alleen kan bestaan als een individu zich constant onderwerpt. Als er eenmaal een dominante – submissieve relatie is vastgesteld, wordt het bevestigd door waarschuwende lichaamshoudingen en geritualiseerde agressieve en onderdanige vertoningen. Dit gebeurt eerder dan voluit gevechten, alhoewel het er behoorlijk agressief uit kan zien. De meest stabiele relaties zijn die waarbij het onderdanige individu automatisch terugdeinst als het dominante dier in de buurt is zonder dat die agressie hoeft te laten zien. Bijvoorbeeld: als de dominant naar een geliefde rustplaats komt en de lager geplaatste uit zichzelf weg gaat. Of de dominant passeert de onderdanige en die ontwijkt oogcontact. In minder stabiele relaties of die waarin de dominante individu niet zeker is van zijn vaardigheid om zijn dominante positie te kunnen handhaven of hij heeft een agressieve persoonlijkheid, dan zal hij veel agressief gedrag laten zien.
Dominant – submissieve relatie bestaat onder sommige huishonden. Bij veel van onze huisdieren, inclusief honden en katten, kunnen dominant – submissive relaties bestaan tussen individuen. Maar de hiërarchie hoeft niet altijd lineair te zijn, individuen kunnen gelijkende rangen delen en een heldere rangorde hoeft er niet altijd te zijn. Een voorbeeld: als er een hondenlogee bij ons in huis verblijft, zal mijn 16 jarige hond Australian Cattle dog, zonder meer haar dominante plaats bevestigen als het om belangrijke dingen gaat. Ze heeft voorrang naar de dingen die zij wil hebben wanneer ze het wil hebben. Mijn jongste Jack Russell Terriër en de gast hebben gewoonlijk dezelfde rang. Dat zie je doordat ze speelgoed delen en tegelijkertijd eten. Honden hebben een getemperde drang om hoger in rang te komen, vergeleken met wolven. Wat is het verschil tussen wolf en hond rangorde? Een verschil is dat honden een mindere drang hebben om hoger in rang te komen, vergeleken met een doorsnee wolf. In Wolf Park (Indiana, Amerika), waar wolven zonder familieband in kleine roedels worden gehouden, is onderzoekers het opgevallen dat de status vaak opportunistisch wordt verworven. Dus als de kans zich voordoet wordt die ook benut. Terwijl honden vaak duidelijke signalen of lichaamshoudingen aannemen als ze een hogere rang willen hebben. Deze signalen of aankomende aanvallen zijn bij wolven vaak subtiel of zelfs afwezig. Elke interactie tussen wolven is een manier van de ene wolf om de andere wolf te testen op een zwakte. Het resultaat kan zijn, dat de laagste in rang, de alpha wolf aanvalt tijdens een spel als hij opmerkt dat de alpha wolf zwak of ziek is. De laagst geplaatste wolf zou als gevolg daarvan de alpha positie kunnen bemachtigen.
De hiërarchie bij wolven en andere wilde dieren is zo competitief, dat als een individu uit de groep is voor een paar uur op een dag, hij zijn rang opnieuw moet bevestigen als hij weer in de groep terugkeert. Honden zijn gewoonlijk veel relaxter over hun rangpositie. Zij kunnen makkelijk voor enkele weken of maanden uit de roedel blijven en weer naadloos in de groep terugkomen.
Het is geen verrassing dat wolven een meer rigide rangorde hebben en een grotere behoefte om hoger in rang te komen. In het wild, waar de wolvenroedels meestal bestaan uit ouders en hun jongen van een of meer generaties (hoewel ze ook niet familieleden kunnen hebben) en in wolvenroedels die opgegroeid zijn in gevangschap (waar wolven wel of niet familie zijn), mogen normaal gesproken alleen de hoogste reu en teef paren en de andere roedelleden helpen de puppies groot te brengen. Hierbij valt op dat in de roedel die uit één familie bestaat, wolfbiologen het niet hebben over het hoogst geplaatste reu en teef als het alphapaar omdat hun positie voortkomt als ouders en niet uit een gevecht om de rangpositie. Aan de andere kant paren honden vaak promiscue: verschillende teefjes paren met verschillende mannetjes. Uit een studie in Italië, onder wilde honden bleek dat alle teefjes zich voortplanten zodat de groep het hoogst mogelijke potentieel behaalde om de populatie uit te breiden. Er weden geen pogingen gedaan door de volwassen honden om controle te krijgen over de voortplanting van de andere honden. Het gevolg is, de rang van de hond hoeft niet zoveel effect te hebben op het kunnen doorgeven van een individuele mogelijkheid om de genen door te geven.
Dit verschil in sociaal systeem en de relatieve verschillen in rangorde zijn mogelijk gevolgen van het ontwikkelingsproces. In tegenstelling tot de algemene opvatting, zijn honden waarschijnlijk ontwikkeld door een proces van zelfdomesticatie als aaseters en niet als jagers, tijdens de laatste 15 duizend jaar. Dit is beschreven door het echtpaar Coppinger in hun boek Dogs (2002). Volgens deze theorie van zelfdomesticatie, maakten de mensen steeds een vuilnisbelt rondom hun nederzettingen. Wolven met een kleine vluchtafstand gebruikten die vuilnisbelten als voerplaats en sloegen niet meer op de vlucht als er mensen naderden, terwijl degene met een grotere vluchtafstand vluchten als mensen naderden vanaf 1, 5 km. afstand. De voorouderlijke wolven met een kleinere vluchtafstand konden beter overleven en voorplanten in de omgeving van mensen dan de wolven met een grotere vluchtafstand. Na meerdere generaties veranderden ze genetisch in een aparte populatie die makkelijker te temmen was en ze konden makkelijker in de buurt van mensen leven. Als aaseters die bij de mensen leefden, hoefden ze niet in een samenwerkende roedel te leven. Dus anders dan de wolven, hoeven gedomesticeerde honden niet in een nauw verbonden familie unit te leven, die samenwerken in de jacht, opvoeding van jongen en de bescherming van hun territorium, de drie gedefinieerde factoren van een hondenroedel.
Ze leven liever in een groep, zoals we het liever noemen, waarin de groepsgrootte afhangt van de ecologische omstandigheden. In sommige omstandigheden zijn honden meer alleen dan met andere groepsleden. Het allerbelangrijkste voordeel om in een groep te leven lijkt de toegenomen mogelijkheid voor het beschermen van het territorium of waardevolle zaken, omdat wilde honden soms voor voedsel moeten concurreren met wolven en andere aaseters. Honden laten ook makkelijker dan wolven vreemden in hun groep toe.
Een mindere noodzaak om hoger in rang te komen, vergeleken met wolven, is ook te zien in de manier waarop honden een nieuw individu begroeten. Voor wilde dieren zoals wolven en diverse soorten apen, is het verschijnen van een nieuw individu gewoonlijk een bedreiging. Het is de norm voor deze dieren om te vechten bij de eerste begroeting. Er kunnen geritualiseerde houdingen worden getoond tijdens begroetingen en die zorgen voor een vermindering van een volledig gevecht met verwondingen. De agressie en de houdingen zullen doorgaan totdat er een dominante en submissieve relatie ontstaan is. Anders dan wolven, zijn gesocialiseerde honden vaker vriendelijk bij een eerste ontmoeting. Net als mensen die elkaar met een handdruk en belangstelling om elkaar te leren kennen. Mensen zijn niet direct bezig om een hogere rang te krijgen. Honden begroeten elkaar om vast te stellen of de andere vriendelijk is en wil spelen. Feitelijk willen we dat onze honden vriendelijk zijn met alle honden zodat ze kunnen spelen tijdens het wandelen en zich gedragen in onze sociale menselijke maatschappij. Het sociale gedrag van de gedomesticeerde hond is waarschijnlijk te danken aan neotenie, dat wil zeggen: niet volwassen ontwikkeld gedrag. Honden onderzoeken nog graag nieuwe objecten en maken sociale banden met niet familiare individuen, zelfs andere soorten, zonder daarvoor getraind te zijn.
Honden hebben een minder geritualiseerd communicatiesysteem. Samen met de minder strakke hiërarchie en dominantie – submissieve relatie, hebben honden ook een minder geritualiseerd communicatie systeem. Wolven vertonen gewoonlijk hun status door geritualiseerde lichaamshoudingen en begroetingen. De alpha wolven zijn makkelijk te herkennen omdat zij begroetten met hun hoofd en staart omhoog. Submissieve wolven naderen de alpha wolf in een onderdanige manier; kruipend met hun staart laag, likkend aan hun lippen en omrollend om hun buik te laten zien (actieve onderwerping). Het is dus niet zo dat de wolf met de hoge rang de lagere in rang omrolt; het is juist zo dat de lagere in rang de actieve onderwerping laat zien als teken van hun verschil, zoals iemand knielt of buigt als die een lid van de Koninklijke familie begroet. Tegenovergesteld van wolven, zullen honden met een vastgestelde relatie elkaar niet routinematig elke ochtend begroeten om de rangen te bevestigen. Bovendien kunnen de houdingen die honden kunnen laten zien variëren per ras. Paedomophic rassen (die kenmerken houden van een jeugdvorm van wolven) zoals een Cavalier King Charles Spaniël hebben een kleiner communicatief repertoire dan de rassen die fysiek meer lijken op een volwassen wolf.
 Hoe de dominantie theorie in verhouding staat tussen mensen en dieren. Terwijl in sommige gevallen mensen problemen met hun huisdieren kunnen hebben omdat hun huisdieren agressie kunnen laten zien in het bewaken van een of ander object, in de meeste gevallen is ons probleem dat het huisdier onbeheerst en zich niet weet te gedragen. Bijvoorbeeld, honden die tegen mensen opspringen verlangen niet naar een hogere rang; ze springen gewoon tegen mensen op omdat ze aandacht willen en ze het op deze manier ook vaak krijgen. Als honden tegen het aanrecht springen om eten te stelen of katten springen op het aanrecht om als je niet in zicht bent. Ondanks dat ze ervoor zijn gestraft als je erbij bent, die zoeken een andere strategie om bij het eten te kunnen komen. Hun nieuwe strategie wordt beloond omdat ze vaak dan wel bij het eten kunnen komen en kunnen onderzoeken, voor een moment in ieder geval. Dit ongewenste gedrag wordt niet vertoond omdat de dieren bezig zijn met hun rangpositie maar omdat deze gedragingen beloond zijn in het verleden. Daarom is een dominante – submissieve model irrelevant voor de meeste gedragingen die we door onze huisdieren verlangen zoals het komen als ze geroepen worden, wandelen zonder trekken of het opspringen voor aandacht. Het zou beter zijn om veranderingen in het gedrag te bereiken door het verwijderen van de beloning voor het ongewenste gedrag en in plaats daarvan het gewenste gedrag te belonen.
Het verschil tussen leiderschap en dominantie. Als de dominantie theorie geen goed model is voor het begrijpen en veranderen van de meeste gedragingen in onze huisdieren, moeten we dan ook van het leiderschap afzien? Leiderschap, oftewel het vermogen om invloed uit te oefenen op het gedrag van anderen, is geen synoniem voor dominantie. Geweld is niet nodig, het is beter iets te bereiken door het gewenste gedrag te belonen. Mensen kunnen beter het vermogen ontwikkelen om invloed te hebben over onze huisdieren door controle te hebben over alle begeerde zaken en deze als beloning te gebruiken voor het gewenste gedrag. De methode om alle begeerde zaken weg te houden bij het huisdier en te gebruiken als beloning voor gewenst gedrag noemen we bijvoorbeeld “Nothing in life is free” – “No free lunch” of “Learn to earn programma”, er zijn verschillende versies. Ze duiden allemaal op belonen van gewenst gedrag en het verwijderen van de beloning voor ongewenst gedrag. In één versie wordt de hond geleerd om te gaan zitten en de baas aan te kijken voor een beloning (dit kan een klein lekker brokje zijn of zijn gewone voer). Dit werkt alleen als de hond honger heeft, de eigenaar staat helemaal stil met het voer in haar hand en wacht tot de hond zit – geen commando, geen handsignaal, helemaal niets naar de hond toe – de eigenaar wacht alleen. Als de hond zit moet de eigenaar direct de beloning geven. Als de hond begrijpt dat die zelf moet kiezen om te gaan zitten om de gewenste beloning te krijgen, kan je de oefening uitbreiden. Ze moet misschien langer blijven zitten voor ze geaaid wordt of om te gaan wandelen of samen spelen of voor iets lekkers. Door gedrag te vragen is de hond aan het leren zichzelf te beheersen en op de baas te letten of het toestemming krijgt voor het pakken van de beloning die het op dat moment wil. Er is geen machtstrijd gaande tussen eigenaar en hond, de hond heeft op een nieuwe manier geleerd om toegang te krijgen tot de zaken die het vroeger zomaar kreeg. En de hond wordt geleerd dat ongewenst gedrag niets oplevert.
Als de eigenaar heeft bepaald wat de regels zijn, moet hij die regels communiceren met het huisdier door het gewenste gedrag direct te belonen, binnen een seconde. Hij moet ook voorkomen dat ongewenst gedrag wordt beloond. Bijvoorbeeld; als honden geaaid willen worden springen ze vaak tegen de eigenaar op in plaats van rustig zitten. Als dit gebeurt moeten de eigenaren duidelijk hun aandacht weghalen door hun hoofd af te wenden en helemaal niets te zeggen, of hun rug naar de hond te draaien en stil te staan. Dit gedrag maakt aan de hond duidelijk dat er geen aandacht gegeven wordt. Maar als de hond zit moet de eigenaar direct belonen en doorgaan met belonen zolang de hond zit, zo leert de hond te zitten en te blijven zitten.
 De regels moeten continu beloond worden totdat het een gewoonte voor de hond is geworden om in verschillende situaties te zitten als erom gevraagd wordt. Als de eigenaar de zittende hond aait en de hond staat op dan moet de eigenaar onmiddellijk stoppen met aaien anders beloond hij de hond onbedoeld voor opgewonden ongewenst gedrag. Als de eigenaar later op de grond zit en de hond toestaat om op zijn schoot te klimmen zonder eerst uit zichzelf te gaan zitten en netjes te wachten op een teken, dan beloont hij ook ongecontroleerd gedrag. De hond moet aandacht verdienen door kalm te gaan zitten elke keer als de hond iets wil hebben.
Leiderschap wordt gevestigd als een mens duidelijke regels stelt voor gedrag en effectief de regels communiceert door altijd het gewenste gedrag te belonen als het zich voordoet of direct verwijderen van beloningen bij ongewenst gedrag of ervoor te zorgen dat ongewenst gedrag zich niet voordoet. De eigenaar moet constant het gewenste gedrag belonen zodat dat een gewoonte wordt. Als eigenaren aan deze drie criteria kunnen voldoen, zullen ze gezien worden als voorspelbare, betrouwbare en voorspelbare mensen in de ogen van hun huisdier. Nu zal het huisdier ervoor kiezen om samen te werken met de eigenaar en de commando’s op te volgen omdat het een beloning oplevert, in plaats van uit angst te doen wat er gezegd wordt. Dit model leidt tot een beter begrip voor de onderliggende oorzaken van onaangepast gedrag en leidt tot een sterke band tussen mens en dier, tegenover een antagonistische (elkaar bestrijdend) benadering van leven met dieren.
Vrij vertaald door Ineke Bos. Zie http://www.wilddogdesigns.org/portfolio%20images/print/MarApr09small.pdf blz. 13 t/m 17. Hierin staat ook een uitgebreide literatuurverwijzing.
|
|