Spelen met je hond.
Heerlijk, het is weer een heerlijke dag en we gaan vandaag een lekker eind wandelen met onze tweejarige hond.  Als we dat tegen onze kennissen zeggen dan hebben die meestal zoiets als “ach we gaan ook wel eens wandelen” of ze zeggen “Goh nou alweer. Dat is toch ook niet leuk om altijd te moeten wandelen met je hond. ” Maar ze vergeten dat we niet zomaar “wandelen” met onze hond. Nee we lopen actief met de hond in het bos te spelen. Wat houdt dat nou eigenlijk in? Nou dat betekent dat we allerlei spelletjes voor onze hond verzinnen. We gooien met een bal of we verstoppen die bal of hij moet hem opvangen of………. zo kunnen we nog wel even doorgaan met een bal. Verder mag de hond alleen op commando ergens overheen springen of juist onderdoor kruipen. Soms, héél soms doen we niets met de hond en mag hij het zelf uitzoeken. We gaan nooit twee keer achter elkaar naar hetzelfde bos gebied. Hij moet op afstand wachten of zitten (en blijven zitten) tot we hem weer “vrij” geven. We schoppen tegen dennenappels aan die hij dan weer opvangt. Wat we echt nooit doen is gooien met een stok, omdat je nooit weet hoe die stok terechtkomt in het zand. De hond zou 'in de stok kunnen rennen' en de stok recht in zijn keel kunnen krijgen en z’n gehemelte kapot kunnen steken. Soms verstoppen we ons zelf of de bal. Zo vervelen we ons nooit tijdens een wandeling en de hond heeft alle aandacht bij ons.
Nu hoor ik sommige mensen denken “ja dat is wel mooi maar hoe leer je een hond dat allemaal aan?” Dat is een kwestie van goed nadenken wat je wilt en in wat voor kleine stukjes dat kunt hakken. Wij beginnen altijd eerst thuis. Neem als voorbeeld het apporteren van een bal. Het apporteren houdt in dat als ik een bal weggooi of wegrol de hond er achteraan gaat en de bal oppakt en hem weer naar mij komt brengen. Dan moet hij hem van mij in de hand afgeven en niet voor mijn voeten op de grond neerleggen. Hij hoeft van mij dan niet voor me te gaan zitten, al vraag ik hem dat soms wel te doen maar dat is voor de broodnodige variatie.
Met deze oefening ben ik bijna gelijk begonnen toen ik de hond had gekregen, hij was toen 7 weken oud. Ik ben in mijn woonkamer veel op de grond gaan zitten, met mijn benen wijd en dan kwam het huppeltje al naar me toe, dan zei ik vriendelijk tegen hem “Kom hier” en als hij bij me was dan knuffelde ik hem lekker. Dit is gelijk het begin van het begin van het “hierkomen”, dat is mooi meegenomen. Na een paar dagen ging dat als vanzelf sprekend en begon ik een klein, zacht speeltje een klein stukje vooruit te gooien. Ik gooide zo ver dat het niet voorbij mijn voeten kwam. Het pupje was zo nieuwsgierig dat hij er wel achteraan ging, gelukkig had de pup zelf al het besef om het op te pakken. Als hij het speeltje vast had klopte ik zachtjes op de gronden sprak ik belonend tegen mijn pup, het is natuurlijk heel erg goed dat hij het beet heeft. Dan kwam hij vaak erg trots naar me toe en dan knuffelde ik hem. Zo leert hij dat hij het speeltje wat hij vast heeft ook mag houden. Als hij naar het speeltje toe liep dan zei ik “Hou vast” Toen dit allemaal goed ging pakte ik soms het speeltje even vast en mocht hij het weer vast houden. Zo leert hij dat hij het niet altijd hoeft af te geven, en ik heb liever dat hij het erg goed vast houdt dan dat hij het laat vallen ik met mijn handen bij zijn bek kom. Ik zorgde er wel elke keer voor dat ik stopte met het spelletje op het moment dat hij het nog erg leuk vond. Het speeltje nam ik dan uit zijn bekje en zei “genoeg” en ruimde het speeltje op. Wel ging ik door met knuffelen zodat het voor hem wel de moeite was om bij me te blijven. Het einde van het spel betekent niet dat er geen aandacht meer voor de hond is. Dit is al een heel groot proces wat hij nu heeft geleerd, en het duurt dan ook wel een paar weken voor je zover bent. |